top of page

Wat een boze meester mij leerde over mezelf, tientallen jaren later

Het was begin jaren zeventig. Ik was tien jaar oud en zat in de klas bij een meester die boos op mij was, omdat ik mijn huiswerk niet had ingeleverd. Hij stuurde me naar huis om het op te halen. Ik zei hem dat er niemand thuis was, want mijn moeder werkte buitenshuis. Dat was destijds ongebruikelijk. Hij geloofde me niet.


Zenuwachtig fietste ik twee kilometer naar huis. Er was gelukkig een sleutel. Ik kon gewoon binnenkomen. Ik pakte mijn schrift met het harde kaft met elastiek. En pas op dat moment besefte ik dat ik mijn huiswerk helemaal niet had gemaakt. Niet met opzet; ik had er gewoon niet meer aan gedacht.


Terug in de klas sloeg de boze meester me met dat harde kaft op mijn hoofd.

Dit voorval is me altijd bijgebleven.


Waarom blijven sommige herinneringen zo lang hangen?

Waarom blijven sommige herinneringen zo lang hangen?

Niet elke nare ervaring nestelt zich diep. Maar sommige wel. De vraag is: waarom?

Onze hersenen slaan herinneringen niet neutraal op. Emotioneel geladen momenten, zeker als ze samengaan met lichamelijke sensaties, worden anders verwerkt dan gewone alledaagse ervaringen. De amygdala, onderdeel van ons limbisch systeem, legt verbanden tussen informatie van verschillende zintuigen en koppelt die aan emoties. De reactie op prikkels die angst veroorzaken kan volledig automatisch plaatsvinden, zonder dat we er ons bewust van zijn.


Anders gezegd: je lichaam onthoudt wat je hoofd soms probeert te vergeten.

Die middag op school was voor mij zo'n moment. De combinatie van zenuwen, onmacht en publieke vernedering, want de rest van de klas zat erbij, sloeg zich op, op een plek die niet zomaar uitgewist wordt. Niet als herinnering alleen. Maar als een soort lijfelijk weten: als ik iets fout doe, volgt straf. Uitleg helpt niet.


Een patroon dat je niet ziet, maar wel voelt

Ik heb heel lang niet de verbinding gelegd tussen dat moment op de basisschool en bepaalde patronen in mijn volwassen leven. Zo gaat dat. Onbewuste patronen ontstaan als conclusies die we vroeg in ons leven trokken over onszelf, anderen en de wereld om ons heen. Een kind dat leert dat protesteren straf oplevert, ontwikkelt een patroon van meegaandheid.


Wat ik ontwikkelde, was een diepe argwaan tegenover een bepaald soort autoriteit. Niet autoriteit als zodanig, maar de rigide variant ervan. De mensen en systemen die regels uitvoeren zonder ook maar even te kijken naar de mens erachter. Geen ruimte voor context. Geen coulance. Gewoon: de regel is de regel.


Ik snap dat het niet haalbaar is om in iedere situatie rekening te houden met ieders omstandigheden. Maar de geschiedenis, en ook de huidige wereld, laat genoeg zien wat er gebeurt als regels worden uitgevoerd zonder enig menselijk begrip. En mijn lichaam reageert daar nog altijd op. Niet met boosheid, maar met een soort ingehouden alertheid. Een oude reflex.


Freud beschreef al dat onbewuste processen vaak het gevolg zijn van vroege jeugdervaringen, en dat mensen onbewust dezelfde patronen herhalen in gedrag en relaties, zelfs als die negatieve gevolgen hebben. Jung vulde dit aan met de gedachte, dat hetgene wat onder de oppervlakte zit je gedrag van binnenuit blijft sturen, totdat je het bewust maakt.


Opdracht 16 uit Jezelf Worden, terug naar de kern van de herinnering

In mijn werkboek Jezelf Worden staat opdracht 16. Het is een oefening waarbij je een negatieve emotionele herinnering kiest en die vervolgens onderzoekt aan de hand van twintig gerichte vragen. Niet om in het verleden te blijven hangen, maar om te begrijpen wat die herinnering met jou heeft gedaan.


De twintig vragen variëren van praktisch, zoals: welke emoties voelde ik op dat moment, en hoe reageerde ik? Tot dieper: zijn er overtuigingen of aannames ontstaan als gevolg van deze ervaring? Zijn er patronen in mijn gedrag die ik kan koppelen aan deze herinnering?


Ik deed de oefening met mijn eigen herinnering aan die schoolmeester. En wat me trof, was hoe precies die vragen raak zijn. Niet confronterend in de zin van overweldigend, maar uitnodigend. Ze geven je de ruimte om naar de herinnering te kijken zonder jezelf meteen te be- of te veroordelen.


Kleine opdracht voor jou

Deze vind je onderaan deze blog.


Om een indruk te geven hoe opdracht 16 werkt kun je onderstaande tabel, met een samenvatting van de twintig 20 vragen, gebruiken als eerste oriëntatie:


Vraagcategorie

Voorbeeldvraag

Wat het je kan opleveren

De situatie

Wat was de specifieke gebeurtenis?

Helderheid over de feiten

Het gevoel

Welke emoties voelde ik?

Bewustwording van je binnenwereld

De overtuiging

Welke aannames heb ik gevormd?

Inzicht in onbewuste patronen

Het patroon

Herken ik dit gedrag nog steeds?

Verbinding verleden en heden

De les

Wat kan ik hieruit leren?

Ruimte voor groei en loslaten


Het bijzondere is dat je bij deze oefening zelf kiest welke vragen voor jou relevant zijn. Niet alles is voor iedereen even raak. Maar juist die keuzevrijheid maakt het toegankelijk, ook als je niet gewend bent om zo naar je eigen verleden te kijken.


Hoe het kan verkeren

Jaren later zat ik in de redactie van de dorpskrant. Die meester ook. Ik stuurde hem mijn eerste roman. Hij gaf me een groot compliment en schreef een artikel in de krant.


Het kan dus verkeren.


Ik laat die zin even staan, want hij verdient het om op je in te laten werken. Niet als verzoening, want een compliment heft een klap niet op. Maar als bewijs dat mensen meerdere kanten hebben, en dat de tijd soms dingen in een ander licht zet. De man die sloeg en de man die complimenteerde, zijn beide waar. Ze bestaan naast elkaar, zonder dat ze elkaar opheffen.


En er was nog een andere leraar op diezelfde school. Hij las voor uit spannende boeken over de Tweede Wereldoorlog. Je zat ademloos op het puntje van je stoel. Doodstil. Helemaal meegesleurd in het verhaal.


Die twee leraren heb ik altijd onthouden. De een leerde me wat macht zonder mededogen doet met een kind. De ander liet me voelen wat een verhaal met mensen kan doen.

Misschien is het geen toeval dat ik schrijfster ben geworden.


Wat jou onbewust vormt, kun je ook bewust onderzoeken

Het punt van deze blog is niet dat je al je herinneringen moet uitpluizen. Dat is niet nodig en ook niet prettig. Maar er zijn momenten in je leven waar het loont om even stil te staan bij een herinnering die maar blijft terugkomen. Een moment dat je maar niet vergeet, hoe lang geleden het ook is.


Wat je vroeg hebt geleerd over de wereld, over gezag, over wat er gebeurt als je een fout maakt, verdwijnt niet zomaar. Het nestelt zich in je kijk op nieuwe situaties, lang voordat je er bewust over nadenkt.


Dat klinkt misschien zwaar. Maar het is eigenlijk een bemoedigende gedachte. Want zodra je je patronen herkent, krijg je keuze. Je hoeft niet meer op de automatische piloot te blijven varen.


Uiteraard niet om het verleden te herschrijven. Dat kan niet. Maar om beter te begrijpen wie je bent geworden en waarom.


Als dat iets is wat jou aanspreekt, dan is het werkboek Jezelf Worden misschien een goede volgende stap. Het werkboek begeleidt je stap voor stap bij het onderzoeken van je eigen verhaal, waaronder de in deze blog besproken opdracht 16 over negatieve herinneringen.


Meer informatie over het werkboek vind je op deze webpagina.


Kleine opdracht voor jou

Kijk daarna eens naar de vragen in de tabel hierboven. Niet alle vragen zijn voor iedereen even raak. Kies er één of twee die je aanspreken en schrijf op wat er in je opkomt. Het inzicht komt soms niet meteen. Dat is precies zoals het hoort.


Bronnen



Opmerkingen


 

© 2026 - De ObSerVaTor - Scherpe Observaties van een introvert.

 

bottom of page