"Is er iets?" Wat stilte betekent voor een introvert en wat er daarna gebeurt
Spiegelmoment: een situatie uit mijn leven, met een analyse.
Ik was 23 en werkte nog maar kort op een afdeling, toen een collega terugkwam en de sfeer meteen veranderde. Haar gedrag stond me die dag tegen. Ik zei er niets van en deed mijn werk.
Aan het einde van de dag ging ze voor me staan en vroeg: "Is er iets? Je bent zo stil de hele dag." Toen viel ik tegen haar uit en dat is iets wat ik zelden doe. De volgende dag moest ik bij het hoofd van de afdeling komen.
Het hele verhaal staat onderaan deze pagina. In deze blog kijk ik naar wat er in mij gebeurde en wat dat zegt over stil zijn, over opgekropte frustratie en de nasleep.
Waarom vragen mensen of er iets is als je stil bent?
De vraag "Is er iets?" klinkt gewoon en in mijn geval had ze een punt. Er was iets: ik vond iets van haar en ik had voor mezelf besloten er niets over te zeggen. Haar vraag raakte precies de gespannen snaar. Stilte kun je op meerdere manieren lezen en iemand kan merken dat er iets speelt zonder te weten wat.
Op deze manier stil zijn is voor mij meestal werk dat jij niet ziet. Voor mij is het waarnemen, ordenen en besluiten zeg ik het of zeg ik niets. Die dag nam ik waar. Wat ik zag stond me tegen en ik koos ervoor er niets van te zeggen.
Dat geldt niet voor elke introvert. Psycholoog Jonathan Cheek en zijn collega's onderscheiden vier varianten van introversie: sociaal, nadenkend, angstig en terughoudend, die bij veel mensen door elkaar lopen. Dezelfde stilte kan dus verschillende oorzaken hebben. Dat maakt "Is er iets?" een vraag met meerdere mogelijke antwoorden, terwijl de vrager meestal maar op één antwoord rekent.
Wat de ander ziet | Wat er van binnen kan spelen |
Je zegt weinig | Je denkt na over wat je net gezien of gehoord hebt |
Je kijkt neutraal | Je houdt irritatie of spanning binnen |
Je trekt je terug in de pauze | Je laadt op na een drukke ochtend |
Je lijkt afstandelijk | Je hebt nog geen zin om iets te delen, of je weet nog niet wat je ervan vindt |
De linkerkolom kan bij alle vier de rijen hetzelfde zijn. De rechterkolom verschilt per persoon en per dag.
Wat er die dag werkelijk in mij gebeurde
De hele dag borrelde de frustratie. Haar gedrag stond me tegen en ik had besloten er niets over te zeggen. Dat werkte, althans aan de buitenkant. Haar vraag aan het einde van de dag was voor mij het punt waarop dat niet meer werkte.
Onderzoek geeft hier een verklaring voor. Wie de uiterlijke tekenen van een emotie onderdrukt, ziet er rustig uit, maar het lichaam laat dan juist meer activatie van het sympathische zenuwstelsel zien. Dat is het systeem dat je op stress voorbereidt. Je laat niets zien, maar het gevoel zelf wordt daar niet minder van. Het is er nog steeds en bij elke prikkel komt er iets bij.
Dat verklaart waarom mijn uitbarsting zo heftig was: tranen, een overslaande stem, een bonzend hart en trillende handen. Het kwam niet uit het niets. Het was een hele dag opgebouwd.
Nerveus, bang en toch tevreden: de nasleep
Op het moment zelf was ik nerveus en bang om weggestuurd te worden. Tegelijk was ik van binnen tevreden over mezelf. Ik had mezelf verweerd. Ik had deze keer niet over me heen laten lopen.
Dat is geen tegenstrijdigheid. Het zijn twee gevoelens die allebei kloppen: angst voor de gevolgen en voldoening dat ik voor mezelf was opgekomen.
Over het gesprek met het hoofd van de afdeling kan ik kort zijn: het ging over mijn te heftige reactie. Dat was het ook in mijn beleving.
Op het matje geroepen worden als introvert
Wat ik eruit meeneem in drie punten:
Mijn uiterlijke stilte was luid van binnen. Er gebeurde die dag veel binnen in mij.
Mijn uitbarsting had een voorgeschiedenis. De vraag "Is er iets?" was niet de oorzaak, maar de druppel.
Meerdere gevoelens mogen tegelijk bestaan. Nervositeit en tevredenheid na een confrontatie sluiten elkaar niet uit.
Dat zijn mijn conclusies en ze gelden voor mijn situatie. Misschien herken je er iets van of misschien juist niet.
Hoe je dit voor jezelf kunt onderzoeken
In mijn werkboek Jezelf Worden is er een vaste route voor dit soort vragen.
In Stap 1 maak je een persoonlijkheidstest op basis van het Big Five-model. Je ziet daar onder andere hoe je scoort op de balans intraversie-extraversie en je gaat dat uitwerken met reflectievragen. Het geeft een feitelijke basis voor wat je misschien al wist: dat je meer rust nodig hebt dan veel mensen om je heen.
In Stap 3 ga je kijken naar de mensen in je omgeving met negatieve karaktereigenschappen. In opdracht 11 en 12 schrijf je over wat die mensen met jou doen en welke patronen je herkent. Vragen als "Hoe voel ik me na interacties met bepaalde mensen?" geven je een manier om dat te benoemen voordat het zich opstapelt.

Als je wilt weten hoe dit voor jou werkt en hoe je als introvert omgaat met een lastige collega, kun je daar rustig, in je eigen tempo, mee beginnen.
Een opdracht voor jezelf
Pak een blad en schrijf tien minuten door, zonder te corrigeren, over deze vraag:
Wanneer vroeg iemand mij voor het laatst "Is er iets?" en wat was er op dat moment werkelijk aan de hand?
Lees het daarna terug en onderstreep de zin waar je het meest van schrok of van opknapte.
Bijlage: het volledige SpiegelmomentSpiegelmoment: Is er iets? Een moment uit mijn leven. Herken je jezelf erin? Ze hing over de balie en vertelde met veel omhaal over haar burn-out. Ze was terug en iedereen moest het weten. Vroeg in de ochtend stampte ze de koffiekamer binnen. Met boze, luide stem wilde ze weten waarom iemand haar uniformen niet had klaargelegd in haar locker. Ik was 23 en werkte nog maar korte tijd hier. Collega's hadden me gewaarschuwd voor haar terugkeer. De sfeer, anders zo goed, was weg. Ze voerde die dag niets uit. Aan het einde van de dag, na het omkleden van uniform naar eigen kleding, ging ze voor me staan. "Is er iets? Je bent zo stil de hele dag." Dat was de druppel. Ik viel tegen haar uit. En geloof me, dat is iets wat ik heel zelden doe. Al mijn frustratie over haar gedrag liet ik de vrije loop, met tranen en overslaande stem. Dit was duidelijk niet de reactie die ze verwachtte. Ikzelf ook niet. Mijn hart bonsde en mijn handen trilden. Ze beende boos weg. De volgende dag moest ik bij het hoofd van de afdeling op het matje komen. Hij vertelde me dat ze niet terugkwam naar de werkvloer, dat ik wel erg heftig had gereageerd en dat ik dat maar niet nog een keer moest doen. Ik knikte, en meende het. Met een glimlach leidde hij me zijn kamer uit. De prettige sfeer was weer teruggekeerd. |




