Van assertiviteit naar lawaai. Wat een bedachtzamere wereld ons zou brengen
- Tineke Hofstee

- 1 mei
- 4 minuten om te lezen
Er was een moment, ergens in mijn middelbare schooltijd, dat een leraar met grote letters op het schoolbord schreef: ASSERTIVITEIT. Vanaf nu gaan we assertiever zijn. Je mening laten horen. Zeggen wat je ergens van vindt.
De klas knikte. Ik voelde iets wringen.
Niet omdat ik geen mening had, maar omdat ik bij een complex onderwerp liever eerst de tijd neem voor ik ergens iets van vind. Een mening die ergens op gestoeld is, weegt zwaarder dan een die je zo uit je mouw schudt.

Een tijdgeest die ik herkende, maar niet helemaal omarmde
Ik behoorde tot wat wel de protestgeneratie wordt genoemd. De jaren zestig en zeventig waren de jaren van emancipatie, van losmaking, van een generatiebreuk die thuis zichtbaar was in elke discussie aan de keukentafel. Je maakte je los van je ouders. Je had opvattingen die niet strookten met die van hen. Dat bracht heibel, maar ook ruimte om dingen werkelijk anders te doen.
Die ruimte was nodig. De bevroren verhoudingen van voor die tijd hadden mensen klein gehouden, en assertiviteit, in de oorspronkelijke betekenis van het woord, was een antwoord daarop. Voor jezelf opkomen. Nee zeggen als je nee bedoelde. Jezelf niet wegcijferen.
Ik ben ook weleens naar een bijeenkomst van feministen geweest, in een zaaltje in mijn omgeving. Ik begreep de tijdgeest. Maar ik wilde niet een nieuw wij-zij. Ik heb thuis de strijd gevoerd, op mijn eigen manier, met mijn eigen argumenten. Alleen niet in een groep die haar weerzin als uitgangspunt nam.
Achteraf zie ik dat ook als iets typisch introverts: het vermogen om te kijken, te observeren, en je eigen weg te kiezen, ook als de groep een andere richting op beweegt.
Hoe assertiviteit veranderde in assertivisme
De bedoeling was goed. Maar ergens onderweg is iets verschoven.
Individualisering, de prestatiemaatschappij, en de opvoeding van kinderen als unieke individuen met rechten en meningen hebben er samen voor gezorgd dat de nadruk op jezelf laten horen steeds verder is opgeschoven. Niet naar gezond zelfvertrouwen, maar naar een cultuur waarin altijd en overal een mening hebben de norm is geworden. Waarin zwijgen wordt gezien als gebrek aan ruggengraat, en nadenken voor je iets zegt als traag of onzeker.
En dan kwamen de platforms.
Op sociale media worden niet de meest doordachte bijdragen beloond, maar de meest activerende. Algoritmes belonen verontwaardiging, conflict en snelle oordelen, want die genereren interactie. Een genuanceerde reactie verdwijnt in de stroom. Een boze of kwetsende opmerking wordt gedeeld en gedeeld en gedeeld.
Wat je daar ziet, wekt de indruk dat iedereen schreeuwt. Maar onderzoek van de Universiteit Utrecht laat zien dat sociale media een sterk vertekend beeld geven van wat mensen werkelijk vinden. De meeste mensen denken rustig na. Ze schrijven alleen geen reactie.
Een gesprek dat me bijbleef
Ik vertelde mijn schoondochter ooit een plan. Ze stelde me vragen. Hoe ga je dat aanpakken? Wat heb je daarvoor nodig?
Oké, zei ik, dan moet ik hier nog dieper over nadenken.
Zo werkt het voor mij. Eerst observeren, dan afwegen, dan besluiten. Dat heeft tijd nodig, en stilte. Geen schoolbord vol krijtletters dat me vertelt wat ik moet doen.
Dat gesprek met mijn schoondochter was een goed gesprek. Niet omdat we het ergens over eens werden, maar omdat ze ruimte liet. Ze stelde vragen in plaats van antwoorden te geven.
Dat is een vaardigheid die de wereld nu hard nodig heeft.
De stille keuze
Ik negeer algoritmes die negativiteit brengen. Ik kijk liever naar kanalen die de tijd nemen om iets echt uit te diepen. Ik lees reacties op LinkedIn soms en haak dan snel af, niet uit onverschilligheid, maar omdat ik merk dat ik er niets aan heb.
Dat is geen passiviteit. Dat is een keuze.
En misschien is het wel de introverte bijdrage aan een schreeuwerige wereld: niet meedoen aan het volume, maar de diepte opzoeken. Observeren. Nadenken. En dan, als je iets te zeggen hebt, het ook echt zeggen.
Fatsoenlijk taalgebruik als voorwaarde stellen in het publieke debat zou al veel schelen. Maar dat is een illusie zolang platformen er geen belang bij hebben. Wat je wél kunt doen, is zelf de norm stellen, voor jezelf.
De stille tegenbeweging
Er is iets aan het verschuiven. Steeds meer mensen kiezen bewust voor minder lawaai, minder prikkels, minder meningen die van buiten komen. Of dat een trend is of gewoon een collectief verlangen naar adem, ik weet het niet zeker. Maar ik herken het.
Introverten lopen daarin misschien voor. Niet omdat ze de wereld afwijzen, maar omdat ze al langer weten dat de binnenwereld ook bewoond moet worden. Dat als je doet wat bij je past, iets in je tot rust komt. Niet de rust van iemand die zich heeft neergelegd bij de chaos, maar de rust van iemand die zijn eigen norm heeft gevonden.
Dat is geen kleine prestatie, in een wereld die je constant vraagt om harder, luider en sneller te zijn.

Welke gebeurtenis heeft jou gevormd?
In mijn werkboek Jezelf Worden staat een opdracht die hierop aansluit: welke gebeurtenis heeft jou het meest beïnvloed? Niet als oefening in terugkijken, maar als spiegel op wie je nu bent.
Die leraar met zijn krijtletters staat bij mij nog helder op het netvlies. Niet als les die ik heb opgevolgd, maar als het moment waarop ik merkte dat ik al een observator was, lang voor ik dat woord kende.



Opmerkingen